Van oost naar west
Vlechtwerk wordt vaak geassocieerd met "mandjes" vlechten. En zelfs daarin is al meer variatie in vormen en technieken dan de bezoeker op het eerste gezicht verwacht, blijkt uit de reacties in het Vlechtmuseum. Maar er is zoveel meer vlechtwerk. Een van de oorspronkelijke toepassingen bij de jacht en het vissen was het maken van strikken, fuiken en vallen. Zowel de Egyptenaren als de Indianen gebruikten eeuwen geleden al gevlochten boten en in bijvoorbeeld Bolivia varen Indianen hier nog in. In warmere klimaten wordt palmblad gevlochten tot muren en daken van hutten. Er zijn nog steeds overal kopieën te koop van traditionele kledingstukken van vlechtwerk zoals hoeden, schoenen en tassen. In het Vlechtmuseum roept de hoek met objecten rond de geboorte vertedering en oude herinneringen op. Veel Nederlanders hebben destijds in een wiegje van wilgentenen gelegen. Maar ook de gevlochten grafmand of baar krijgt hernieuwde belangstelling. Naast de overeenkomsten in voorwerpen hebben alle culturen hun eigen specifieke vlechtwerk, te denken valt aan de verpakkingen van artikelen en geschenken in Japan en China, muziekinstrumenten uit Afrikaanse landen. En in eigen land de rotanmeubelen uit Noordwolde en de biezenmatten uit Genemuiden.
