|
De tentoonstelling "East Weaves West" in het Nationaal Vlechtmuseum in Noordwolde gaf een overzicht van traditioneel en hedendaags vlechtwerk in Japan en in Engeland. Vlechtwerk was in het verleden altijd functioneel en gemaakt van beschikbare planten en grassen die groeiden in de eigen omgeving.Tegenwoordig experimenteren makers met vorm, materiaal en techniek. Mary Butcher, auteur, docent en beeldend kunstenaar was de initiatiefnemer van de tentoonstelling. Zij doet al jaren onderzoek naar zowel traditioneel als hedendaags vlechtwerk in en buiten Europa. In samenwerking met het Vlechtmuseum selcteerde zij werk van 25 vlechters uit Engeland en 22 vlechters uit Japan. De presentatie in Noordwolde bestond uit meer dan 70 objecten. Een unieke tentoonstelling, niet alleen vanwege de contrasten in materiaal, vorm en techniek maar ook omdat nooit eerder in Europa een overzicht van Japans vlechtwerk werd geëxposeerd.
In Engeland heeft het mandenmaken een lange traditie. Mandenmakers werkten voornamelijk met wilgenteen, manden voor de land- en tuinbouw, de visserij en de industrie. Zij maakten lange dagen voor weinig loon.
Japan kent een nog oudere traditie. Naast de lokale mandenmakers die traditionele gebruiksmanden maakten, waren er ook vlechters die kunstobjecten vlochten voor de keizer en zijn connecties. De makers van dit werk stonden in hoog aanzien en waren allen opgeleid op de Japanse Beppu Bamboo School, een opleiding die nu nog bestaat. Het splijten en bewerken van bamboe is een van de belangrijkste onderdelen. Het werk is te vergelijken met fijnscheenwerk, gevlochten van gespleten wilgentenen. Deze techniek wordt nog onderwezen in de vlechtopleiding in het Duitse Lichtenfels.
Naast het vlechten wordt er tijdens de opleiding ook veel aandacht geschonken aan vormgeving. Er worden producten gevlochten voor de theeceremonie, het bloemschikken (ikebana) en de kunstmarkt. Het is werk van de hoogste kwaliteit, wereldwijd bewonderd vanwege de fijnheid en bijzondere vormgeving. De makers worden in Japan gezien als meester kunstenaars. Diverse musea hebben werk van deze kunstenaars opgenomen in hun collectie.
De tentoonstelling in het Vlechtmuseum liet de ontwikkeling zien die het vlechtwerk in beide landen heeft ondergaan en bracht twee werelden bij elkaar. Forse Engelse manden gevlochten van wilgenteen, bies of eiken spanen naast de sierlijke organische vormen van de Japanse fijnvlechters. Voor het hedendaags vlechtwerk in Engeland wordt veel kunststof en metaaldraad gebruikt. In Japan werkt men tegenwoordig veel met papier maar ook nog met het traditionele vlechtmateriaal bamboe. Nieuw in het bamboewerk is het combineren van diverse soorten bamboe zoals te zien is in het werk van Takeo Tanabe, gevlochten met strips van blank en zwart bamboe. Takeo Tanabe is de vierde generatie bamboevlechters in zijn familie. Hij maakt overdag traditioneel bamboe vlechtwerk in opdracht en 's avonds voert hij eigen ontwerpen uit. Een van zijn grote objecten was tijdens de tentoonstellingsperiode te zien in de hal van het gemeentehuis in Wolvega.
Bij de tentoonstelling is een uitgebreide catalogus verschenen, geschreven door Mary Butcher.
|