Van wilgenteen tot telefoondraad
Aandacht voor duurzaamheid leidt momenteel tot veel belangstelling voor natuurlijke materialen als bamboe en rotan. Deze snelgroeiende gewassen werden in de vlechtcultuur in hete vochtige gebieden als Zuidoost Azië veel toegepast. Ook in de rest van de wereld was het materiaal voor vlechtwerk altijd afhankelijk van wat er voorhanden was: in nattere gebieden wilgenteen en in de tropen palmblad. Waar hout beschikbaar was werd ook mandwerk van spanen gemaakt. Soms waren er in heel droge gebieden beperkte mogelijkheden: op de prairies alleen grassen en in de woestijn agave en yucca, maar altijd werd er met vindingrijkheid een geschikte vezel gevonden. Men gebruikte zowel bast en twijgen als wortels en bladeren. Ook dierlijk materiaal kan verwerkt worden. Materialen en techniek worden op elkaar afgestemd om tot het gewenste resultaat te komen. Ook de toepassing bepaalt de keuze van materiaal.
De handel en globalisering hebben een verschuiving veroorzaakt in het materiaal gebruik. De industrialisering veroorzaakte een verandering van vele natuurlijke groei- en woonplaatsen van plant, dier en mens. Door import hebben we toegang tot veel verschillende materialen van plantaardige en dierlijke oorsprong. De industrialisering bracht ook nieuwe vlechtmaterialen zoals kunststof met al zijn vormen en kleuren.
