Vakwerk
Het vlechten van een mand of object is vakwerk waarbij het noodzakelijk is de technieken goed te beheersen om tot een kwalitatief goed en gewenst resultaat te komen. Nederland heeft, anders dan Frankrijk en Duitsland, geen officiële vlechtopleiding meer. Ook is het leerling-meester systeem volledig verdwenen. Het is dus moeilijk om het vak te leren. Net als bij elk ander ambacht geldt oefening baart kunst. Aangezien het aantal beroepsmandenmakers in Nederland terug is gelopen tot een handjevol komen steeds minder mensen in aanraking met dit beroep. Net als zo veel andere ambachten is het vlechten vrijwel geheel verdrongen door de goedkope importproducten uit Oost-Europa en Azië. Uit onze contacten blijkt dat er in Nederland ca. 300 mensen zijn die het vlechten -meestal hobbymatig- beoefenen. Velen hebben zich verenigd in de Vereniging van Vlechters. Zie www.vlechters.nl.
Om het vlechten te leren is er een aantal mogelijkheden. Ten eerste zijn er mandenvlechters die cursussen/workshops geven op locatie. Ze bieden vaak aparte cursussen aan voor beginners en gevorderden. Soms is het mogelijk een tijdje bij een mandenvlechter in de werkplaats te kruipen. Ook het Nationaal Vlechtmuseum organiseert regelmatig workshops vlechten (zie educatief aanbod). Voor wie het vak echt onder de knie wil krijgen is het aan te raden een studie te volgen aan één van de laatste twee vlechtscholen in Europa. Duitsland heeft een driejarige vlechtopleiding in Lichtenfels, zie ook www.bs-lif.de. Frankrijk kent een opleiding van negen maanden in Fayll-Billot (bij Metz), zie ook www.ecole-nationale-de-vannerie.com.
