Techniek, gereedschap en materiaal
Vlechttechnieken
Wereldwijd zijn verschillende vlechttechnieken terug te vinden, elke vlecht(st)er heeft in het verleden zijn eigen manier van vlechten ontwikkeld afhankelijk van het voorhanden zijnde materiaal, elk materiaal heeft zijn speciale eigenschappen en wijze van verwerken. Het is interessant om te zien dat gemeenschapen in heel afgelegen gebieden eigen technieken hebben ontwikkeld samenhangend met hun materiaal en levensstijl. Deze gevlochten objecten kunnen grofweg onderverdeeld worden naar de toepassing van drie hoofdtechnieken, hoewel er natuurlijk ook weer veel objecten zijn waarin een combinatie van deze technieken wordt gevonden of waar vlechttechnieken worden gecombineerd met andere textiele technieken.
De drie hoofdtechnieken zijn:
Plaiting (mattenvlechten)
Coiling (spiraal wikkelwerk)
Stake and Strand (staak en inslag)
Lees verder technieken
Gereedschap
Een mandenmaker heeft maar weinig gereedschap nodig. Onmisbaar zijn een goed, scherp mes, een klopijzer en een priem. Het gereedschap van de mandenmaker is specialistisch en wordt vaak in eigenbeheer gemaakt, meestal in een kleine oplage. Slechts een aantal machines zijn toegevoegd aan het gereedschap van de mandenmaker en dan voornamelijk machines voor het voorbereiden van het vlechtmateriaal. Naast specialistisch gereedschap heeft de mandenmaker ook een boormachine, hamer, nijptang, duimstok e.d nodig. In de winkel en via de webwinkel van het Nationaal Vlechtmuseum is mandemakersgereedschap te koop.
Lees verder over de werkplaats
Materiaal
Op de aarde heersen verschillende klimaten, bovendien zijn topografische regionen droog of nat, warm of koud, vlak of bergachtig. De bomen en planten ter plaatse hebben zich volledig aan hun omgeving aangepast. Vlechtmateriaal en technieken verschillen daarom van regio tot regio. Het eenvoudigst verkrijgbaar zijn de materialen die in de eigen omgeving groeien. Bast, twijgen, wortels en bladeren van plaatselijke bomen en planten kunnen in het wild verzameld worden. Het materiaal voor manden zocht de maker vroeger zelf in de bossen en velden. De handel en globalisering hebben een verschuiving veroorzaakt in het materiaalgebruik. De industrialisering veroorzaakte een verandering van vele natuurlijke groei- en woonplaatsen van mens, dier en plant. Door import en export hebben we toegang tot veel verschillende materialen van plantaardige, en dierlijke oorsprong. De industrialisering bracht ook een nieuw vlechtmateriaal: kunststof met al zijn vormen en kleuren. In Nederland is wilgenteen het meest gebruikte vlechtmateriaal voor de traditionele mandenvlechter, meestal afkomstig uit een Nederlands griend. De moderne vlechter haalt zijn/haar materiaal overal vandaan en experimenteert er vrij op los.
lees verder over materiaal
